Ervaringsverhaal van Ilona (buddy-vrager)
Ilona en haar Buddy
Het is juni 2024 als ik via de ALS patiëntenvereniging een mail krijg over een Buddy-traject. Het spreekt mij gelijk aan en ik kom snel in contact met Karin de Jager, coördinator van dit project.
We hebben een telefoongesprek, en ik merk dat ik heel open durf te antwoorden op de vragen die gesteld worden. Ik moet het even verwerken en in augustus neem ik opnieuw contact op met Karin.
“Help, mijn moeder gaat zo snel achteruit, is er iemand aan wie je mij kan koppelen?” In datzelfde gesprek word ik gekoppeld aan mijn Buddy ‘Martin’, we appen met elkaar en spreken af dat ik hem na mijn werk bel.
En dan het eerste gesprek, het voelt een beetje als een sollicitatiegesprek. Maar ik merk al heel snel dat we aardig op één lijn liggen en dezelfde humor met elkaar delen. Wat wel gek voor mij is: mijn Buddy heeft dezelfde naam als mijn broer. Dus Martin krijgt hier in huis de naam Buddy. Ik vond het in het begin lastig om contact te hebben met een man terwijl ik een relatie heb. Ook daarom was de naam Buddy erg prettig en was dat gevoel zo verdwenen.
Helaas gaat mijn moeder in een sneltrein achteruit. De paniek, de uitspraken; ik neem regelmatig contact op met mijn Buddy. Het is zo ontzettend fijn om met iemand te praten die je meteen begrijpt maar wat meer afstand heeft tot de situatie.
Dan is het de bewuste dag, 23 augustus 2024. Mijn wekker staat om te gaan werken, maar mijn vader belde mij om 7:15: “Lieverd, het ging gisteravond weer mis met je moeder; ze heeft opnieuw de wens tot euthanasie uitgesproken.”
Mijn vriend is aan het klussen, het is ook nog eens zijn verjaardag. Ik maak de keuze om het bericht van mijn ouders even voor mezelf te houden. Dus ik neem contact op met mijn Buddy, ik vertel hem wat er aan de hand is. Ik moet thuis de boodschappen opruimen, en stap in de auto naar mama en bel mijn Buddy. Ik lucht mijn hart: ik ben bang dat ik mijn moeder nu echt ga verliezen. Of zit ze, net als afgelopen keer, rechtop in bed en gaat het oké met mama? Mijn Buddy is die dag zelf in het UMC en we spreken af dat we elkaar later op de dag bellen.
En dan kom ik aan bij mama, het klopt wat papa zei, we gaan de vraag tot euthanasie uitzetten. Deze middag gaat als een roes aan mij voorbij, de arts van het hospice komt, die keurt de aanvraag van mama goed. Wat een ontlading komt er dan vrij. Later in de middag komt onze eigen huisarts. Ze zegt tegen mama: “Maandag om 15:00 kunnen we de euthanasie bij je doen.” Dat leidt tot rust bij mijn moeder, maar tot groot verdriet bij mijn vader en mij. En dan sta je daar, in de gang van het hospice, wetend dat je lieve mama aanstaande maandag komt te overlijden.
En dan moet ik naar huis, aan de rest van mijn gezin gaan vertellen wat er gaat gebeuren. Eigenlijk wil ik helemaal niet naar huis. Ik bel mijn Buddy als ik in de auto stap, en hij neemt gelukkig op.
Ik deel mijn verhaal, de tranen stromen over mijn wangen. Mijn Buddy blijft tegen me praten, probeert me te kalmeren. Hij spreekt me moed in, hij geeft mij het gevoel dat ik veilig thuis moet komen. En ik merk, hoe dichter ik bij huis kom, dat de brok in mijn keel steeds groter wordt. Ik bespreek met Buddy dat ik het mijn oudste dochter vandaag niet ga vertellen, want ze is bij een concert. En dan kom ik thuis. Ik zie dat mijn vriend nog niet thuis is, ik haal diep adem en sluit het gesprek met mijn Buddy af. Ik moet naar binnen. Ik ben hem eeuwig dankbaar voor zijn begeleiding. Zonder mijn Buddy was ik voor mijn gevoel niet veilig thuisgekomen.
De weken hierna heb ik in een roes geleefd. Ik spreek mijn Buddy nog af en toe.
Er wordt door Karin netjes een afsluitend gesprek ingepland van het Buddy-traject. Maar tot op de dag van vandaag, heb ik nog steeds af en toe contact met mijn Buddy.
In oktober ’24 werd er een avond georganiseerd om ervaringen te delen met andere Buddy-vragers. Ik dacht: “Dat vind ik wel mooi.” Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat hierbij ook mensen zaten die zelf ALS hebben. Dat viel rauw op mijn dak, maar dat is denk ik niet zo gek.

De verdere maanden hebben Buddy en ik contact gehouden met elkaar, even een appje: “Hoe gaat het?” Ik vertel mijn Buddy dat ik samen met mijn vader naar de ALS-nabestaandendag ben geweest. Wat was dat een mooie ervaring. En nu het filmpje hiervan online staat en mijn vader en ik goed in beeld zijn, is dit ontzettend leuk om terug te kijken.
Tijdens het schrijven van dit verhaal komen er een heleboel flitsen voorbij. Daarom neem ik contact op met mijn Buddy en stel hem de vraag of hij er open voor staat om elkaar in het echt te ontmoeten. Want daar is het in de korte tijd nooit van gekomen. We spreken af op zaterdag 3 mei. Ik had geen idee waar mijn Buddy woonde, dus ik vroeg zijn adres: 1 uur en 30 minuten rijden. Ik begin te lachen, gelukkig hadden wij alleen telefonisch contact.
Dan is het zaterdagochtend 3 mei, ik merk dat ik het best een beetje spannend vind. Ik rijd naar de Intratuin en haal een gerbera als vaste plant in een mooie pot. Dat was de lievelingsbloem van mijn moeder. Onderweg luister ik naar de muziek van mama, de rit gaat voorspoedig en rond 13:00 kom ik aan bij mijn Buddy. Hij staat al bij de deur en het voelt meteen weer goed. De klik die wij over de telefoon met elkaar hadden, is er in het echt ook. Buddy en zijn partner hebben een ontzettend leuke hond, Panda (daar had ik ook wat lekkers voor meegenomen). We drinken koffie, eten een tompouce en maken er een gezellige middag van. Na 2 uurtjes ga ik weer richting huis. We nemen afscheid van elkaar en ik stap in de auto, weer richting huis.
Dit boek kan ik nu dichtslaan en proberen verder te gaan met vallen en opstaan, omdat ik mijn moeder ontzettend mis.